Verbformen von rondvragen

Gebrauch irr.
Trennbar rond
Tegenwoordig en verleden deelwoord rondvragend
und rondgevraagd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens vraag rond vraagt rond vraagt rond vragen rond vragen rond vragen rond
Imperfect vroeg rond vroeg rond vroeg rond vroegen rond vroegen rond vroegen rond
Toekomende tijd I zal rondvragen zult rondvragen zal rondvragen zullen rondvragen zullen rondvragen zullen rondvragen
Conditionalis I zou rondvragen zou rondvragen zou rondvragen zouden rondvragen zouden rondvragen zouden rondvragen
Perfectum heb rondgevraagd hebt rondgevraagd heeft rondgevraagd hebben rondgevraagd hebben rondgevraagd hebben rondgevraagd
Voltooid verleden tijd had rondgevraagd had rondgevraagd had rondgevraagd hadden rondgevraagd hadden rondgevraagd hadden rondgevraagd
Toekomende tijd II zal rondgevraagd hebben zult rondgevraagd hebben zal rondgevraagd hebben zullen rondgevraagd hebben zullen rondgevraagd hebben zullen rondgevraagd hebben
Conditionalis II zou hebben rondgevraagd zou hebben rondgevraagd zou hebben rondgevraagd zouden hebben rondgevraagd zouden hebben rondgevraagd zouden hebben rondgevraagd
Imperatief - vraag rond - - vraagt rond -