Niederländische Verben/Verbformen, die mit i beginnen

Insgesamt: 544
iaën idealiseren idealizeren
identificeren ideologiseren ideologizeren
idoliseren ignoreren ijken
ijlen ijsberen ijshockeyen
ijssurfen ijveren ijzelen
ijzen illumineren illusioneren
illustreren imagineren imiteren
imkeren immatriculeren immigreren
immobiliseren immobilizeren immuniseren
immunizeren impediëren implanteren
implementeren impliceren imploderen
imponeren importeren impregneren
improviseren improvizeren imputeren
inactiveren inademen inaktiveren
inaugureren inbakeren inbakken
inbedden inbeelden inberekenen
inbeuken inbijten inbinden
inblazen inblikken inbliksemen
inboeken inboeren inboeten
inboezemen inboren inbouwen
inbranden inbreien inbreken
inbrengen inbrokkelen inbuigen
inburgeren inbusselen incalculeren
incarneren incasseren inchecken
1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8  »